Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 15 november 2012, nrs. 12/00113 en 12/00114, betreffende uitnodigingen tot betaling van douanerechten.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft in de periode juni tot september 2010 aangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van bamboeplaten bestaande uit drie aan elkaar gelijmde lagen, waarbij de buitenste lagen uit horizontaal liggende strips bamboe bestaan en de binnenste laag uit verticaal geplaatste strips. De platen worden gebruikt voor meubelonderdelen en lambrisering.
De Inspecteur stelde de platen in onder post 4412 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), terwijl belanghebbende vond dat post 4421 van toepassing was. Zowel de Rechtbank Haarlem als het Gerechtshof Amsterdam wezen het beroep van belanghebbende af en bevestigden de indeling onder post 4412.
De Hoge Raad oordeelde dat de platen moeten worden beschouwd als ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ van bamboe, zoals bedoeld in post 4412. De buitenste lagen hoeven geen fineer te zijn, maar kunnen ook bestaan uit verlijmde strips bamboe. De wijze van productie van de buitenste lagen is niet relevant voor de indeling. De restpost post 4421 is daarom niet van toepassing.
De middelen van belanghebbende faalden en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de bamboeplaten worden ingedeeld onder post 4412 van de GN.