Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van de middelen voor het overige
5.Slotsom
6.Beslissing
3 juni 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van beroeps- of bedrijfsmatig handelen in strijd met artikel 3, onder B, van de Opiumwet, met betrekking tot het telen, bewerken, afleveren en vervoeren van hennepplanten op meerdere locaties en tijdstippen.
De Hoge Raad oordeelt dat de toevoeging "meermalen gepleegd" ten onrechte is gebruikt, omdat het beroeps- of bedrijfsmatig handelen dit reeds impliceert. Daarom wordt de kwalificatie gecorrigeerd. Tevens is de redelijke termijn overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf wordt verminderd van vier jaar naar drie jaar en zes maanden.
De overige middelen van cassatie worden verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor de kwalificatie en strafoplegging en wijzigt deze conform haar oordeel. De uitspraak is gedaan op 3 juni 2014.
Uitkomst: De straf wordt verminderd tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf en de kwalificatie wordt gecorrigeerd.