Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
3 juni 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met vermindering van de straf naar de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad volgt dit advies en vermindert de opgelegde gevangenisstraf van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Daarnaast wordt de straf met drie weken verminderd vanwege een vertraging van meer dan twaalf maanden bij de behandeling van de cassatie. Voor het overige wordt het beroep verworpen en blijft het arrest in stand.
De uitspraak is gedaan door de president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 3 juni 2014.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven maanden en één week, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.