Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Slotsom
6.Beslissing
27 mei 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor witwassen van sieraden die afkomstig waren uit een woninginbraak. De sieraden waren verpakt aangetroffen in een rugkussen van een tweezitsbank in de woning van verdachte.
Het hof had geoordeeld dat het voorhanden hebben van deze sieraden witwassen opleverde, mede omdat verdachte en zijn medeverdachten een groot geldbedrag en diverse sieraden in hun woning hadden. De verdachte verklaarde dat het geld voor zijn kinderen was en afkomstig van familie, maar kon deze verklaring niet plausibel onderbouwen.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsvoering niet blijkt dat verdachte gedragingen heeft gesteld die gericht waren op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de sieraden. Het enkele feit dat de sieraden in een plastic zakje in een kussen waren aangetroffen, is onvoldoende om witwassen te bewijzen. Daarom spreekt de Hoge Raad verdachte vrij van deze onderdelen van de tenlastelegging en vermindert de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen van specifieke sieraden wegens ontbreken van gedragingen gericht op verbergen of verhullen van criminele herkomst.