ECLI:NL:HR:2014:1209

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2014
Publicatiedatum
22 mei 2014
Zaaknummer
13/05360
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WOZ-beschikkingen en OZB aanslagen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2013. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Utrecht over beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) voor de jaren 2009 en 2010 betreffende een onroerende zaak te [Z].

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende. De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet vereist was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad stelde vast dat er geen gronden waren voor een veroordeling in proceskosten. Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en Th. Groeneveld op 23 mei 2014.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

23 mei 2014
Nr. 13/05360
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 24 september 2013, nrs. 12/00693 en 12/00694, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Utrecht (nrs. SBR 11/2955 en 11/2956) betreffende de beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen voor de jaren 2009 en 2010 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] (1 t/m 127) te [Z].

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2014.