Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 18 april 2013, nr. 11/00047, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1998 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de aanslag verminderd. De inspecteur stelde incidenteel hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde de aanslag aanzienlijk hoger vast.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat in deze zaak werd aangevoerd slaagde op grond van een gelijktijdig gewezen arrest (nummer 13/02591). De overige middelen werden verworpen omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, bevestigde het vonnis van de rechtbank en bepaalde dat de Staatssecretaris van Financiën het betaalde griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van het geding voor het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en het vonnis van de rechtbank bevestigd.