Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
7 januari 2014.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor witwassen van een bedrag van €54.875 dat in zijn auto was aangetroffen. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte wist dat het geld afkomstig was uit een misdrijf en dat hij samen met een ander dit geld had verborgen.
Verdachte voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat hij op de hoogte was van het geld in zijn auto. Het hof had als uitgangspunt genomen dat de eigenaar van een auto verantwoordelijk is voor wat zich daarin bevindt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Verdachte had betwist dat hij wist van het geld, maar het hof vond zijn verweer niet geloofwaardig.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het oordeel van het hof dat verdachte op de hoogte was van het geld niet zonder meer uit de bewijsvoering kon worden afgeleid. Hierdoor was de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.