Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2014:1091

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 mei 2014
Publicatiedatum
9 mei 2014
Zaaknummer
13/04791
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:174 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid gemeente bij fietsongeval op gladde brug

Eiseres stelde de gemeente Sint-Oedenrode aansprakelijk voor schade geleden door een fietsongeval op een gladde brug. De rechtbank en het gerechtshof hadden de vordering afgewezen. Eiseres stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraken.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het beroep verworpen zonder nadere motivering.

De Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen dat de gemeente niet aansprakelijk is voor het ongeval. Tevens veroordeelt de Hoge Raad eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2014.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de gemeente Sint-Oedenrode wordt niet aansprakelijk gehouden voor het fietsongeval.

Uitspraak

9 mei 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04791
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
DE GEMEENTE SINT-OEDENRODE,
zetelende te Sint Oedenrode,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Gemeente.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 194515/HA ZA 09-1318 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 9 september 2009 en 27 oktober 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.080.407/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 maart 2012 en 28 mei 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door mr. R.L. de Graaff, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 8 april 2014 op de conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op
9 mei 2014.