ECLI:NL:HR:2014:1012

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2014
Publicatiedatum
24 april 2014
Zaaknummer
14/00800
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder verlening schone lei bij boedelachterstand en nieuwe schuld

De zaak betreft een verzoekster die in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) een schuldsaneringsregeling volgde. Na een verlenging van deze regeling zonder dat de schone lei werd verleend, ontstond een boedelachterstand en werd een nieuwe schuld vastgesteld.

De rechtbank Den Haag had op 12 september 2013 een vonnis gewezen en het gerechtshof Den Haag had op 4 februari 2014 een arrest gewezen waarin de beëindiging van de schuldsaneringsregeling werd bevestigd zonder verlening van de schone lei. Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof en overweegt dat de klachten van verzoekster niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken. De conclusie van de Advocaat-Generaal was tot verwerping van het verzoek.

Op 25 april 2014 wees de Hoge Raad het arrest waarbij het cassatieberoep werd verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei werd bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei wordt bevestigd.

Uitspraak

25 april 2014
Eerste Kamer
nr. 14/00800
LZ/LH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C09/09/256 R van de rechtbank Den Haag van 12 september 2013;
b. het arrest in de zaak 200.133.905/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 februari 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het verzoek.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
25 april 2014.