ECLI:NL:HR:2013:CA3312
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid afwezigheid raadsman bij ontnemingszaak in hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene was eerder veroordeeld in een strafzaak die onherroepelijk was geworden.
In hoger beroep tegen de ontnemingsuitspraak was de raadsman van betrokkene niet verschenen bij de zitting. Het hof stelde vast dat de mededeling over de zittingsdatum aan de raadsman uitsluitend betrekking had op de ontnemingszaak en dat de vermelding van de strafzaak per abuis was opgenomen. Op basis van een faxbericht van de raadsman concludeerde het hof dat deze bewust had afgezien van verschijnen.
Betrokkene stelde dat het hof had moeten onderzoeken waarom de raadsman afwezig was, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was tot nader onderzoek. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee de uitspraak van het hof bleef staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.