Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
zetelende te Berkel en Rodenrijs,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
De Gemeente heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie moet zijn dat geen ruimte bestaat de zonen een vergoeding toe te kennen over de band van [eiser 2]. (rov. 2.68 – 2.70)
Dat in het kader van art. 39 Ow Pro uitgegaan moet worden van (alleen) de fundering van de nieuwe woning (zie het hiervoor in 3.8 weergegeven oordeel van de rechtbank over de waardering van de nieuwe woning), betekent niet dat dit ook het uitgangspunt moet zijn bij de beoordeling van de bijkomende schade in verband met het vinden van vervangende woonruimte. Daarbij moet worden uitgegaan van een vervangende woning met een woongenot gelijk aan het woongenot dat was beoogd met de in aanbouw zijnde nieuwe woning, aangezien moet worden aangenomen dat [eiser 2], de onteigening weggedacht, de nieuwe woning zou hebben betrokken. (rov. 2.45 van het eindvonnis)
4.Beslissing
27 september 2013.