ECLI:NL:HR:2013:BZ8170
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ouders voor schadevergoeding aan benadeelde door jeugdige minderjarige
De zaak betreft een jeugdige verdachte die op 7 augustus 2009 medepleegde aan een verkrachting. Het hof veroordeelde hem en legde tevens aan zijn ouders een schadevergoeding van €4.888,- toe aan de benadeelde partij. Dit op grond van art. 51g, vierde lid, Sv, dat de positie van slachtoffers versterkt door hen toe te staan schadevergoeding tegen ouders van minderjarige daders in het strafproces te vorderen.
De verdachte stelde in cassatie dat deze regeling een wijziging van strafwetgeving inhield en daarmee in strijd was met het legaliteitsbeginsel en het EVRM. De Hoge Raad oordeelde echter dat art. 51g, vierde lid, Sv geen wijziging brengt in de bestaande burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ouders voor schade door kinderen onder 14 jaar, maar slechts een procedurele mogelijkheid biedt om de vordering in het strafproces te behandelen.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, wat leidde tot vermindering van de opgelegde jeugddetentie tot 27 weken, waarvan 12 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De ouders van de minderjarige verdachte worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, en de jeugddetentie van de verdachte wordt verminderd tot 27 weken.