ECLI:NL:HR:2013:BZ7202

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/02364
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie inzake onrechtmatige daad en valse verklaringen

In deze zaak stond de vraag centraal of eiser recht had op schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, veroorzaakt door valse verklaringen die bij de politie waren afgelegd. De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam op 7 februari 2012 een arrest wees dat het geschil beslechtte.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, waarin het hof zijn vorderingen had afgewezen. Verweerster was in cassatie verstek verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de Hoge Raad het beroep zonder nadere motivering verwierp op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad benadrukte dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd en bleef de afwijzing van de vorderingen van eiser in stand.

De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding, maar stelde die kosten aan de zijde van verweerster nihil vast. Het arrest werd op 21 juni 2013 uitgesproken door raadsheer M.A. Loth namens de kamer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

21 juni 2013
Eerste Kamer
12/02364
EE/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 364193/HA ZA 07-648 van de rechtbank Amsterdam van 4 juli 2007, 29 augustus 2007 en 6 februari 2008;
b. het arrest in de zaak 200.008.924/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 februari 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 24 april 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 21 juni 2013.