ECLI:NL:HR:2013:BZ7185

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/04722
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verdeling huwelijksgoederengemeenschap

In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal. Eiser heeft tegen de arresten van het gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld, nadat het hof eerder uitspraak deed over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen.

De procedure omvatte eerdere vonnissen van de rechtbank Alkmaar en twee arresten van het hof Amsterdam. Tegen verweerder is verstek verleend. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop eiser reageerde. De Hoge Raad heeft de reactie van eiser buiten beschouwing gelaten omdat deze niet via een advocaat was ingediend.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kosten van het cassatiegeding worden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en partijen dragen ieder hun eigen kosten.

Uitspraak

14 juni 2013
Eerste Kamer
11/04722
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 81840/HA ZA 05-673 van de rechtbank Alkmaar van 26 oktober 2005 en 2 augustus 2006;
b. de arresten in de zaak 106.005.942/01 (rolnummer 1840/06) van het gerechtshof te Amsterdam van 7 juli 2009 en 17 mei 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 16 april 2013 op die conclusie gereageerd. [Eiser] heeft zelf eveneens bij brief van 16 april 2013 op die conclusie gereageerd. Nu deze laatste brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 14 juni 2013.