ECLI:NL:HR:2013:BZ6533

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
12/01123
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling grievenstelsel en grenzen van rechtsstrijd in appel in civiele procedure

In deze civiele procedure stond de beoordeling van het grievenstelsel en de grenzen van de rechtsstrijd in appel centraal. Eiseres, wonende te een woonplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. ABN AMRO stelde een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het hof, die aan het arrest gehecht waren. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiseres niet tot cassatie konden leiden en dat deze geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het principale beroep verworpen en het voorwaardelijk incidentele beroep niet behandeld.

Eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een bedrag aan verschotten en salaris. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2013.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van eiseres en veroordeelt haar in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

17 mei 2013
Eerste Kamer
12/01123
MD/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. K.G.W. van Oven, thans mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ABN AMRO.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 297557/HA ZA 04-2786 van de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2005, 21 december 2005, 23 juli 2008 en 25 november 2009;
b. het arrest in de zaak 200.058.876/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 27 september 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. ABN AMRO heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat en voor ABN AMRO door mr. B.F.L.M. Schim, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, M.A. Loth, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 17 mei 2013.