ECLI:NL:HR:2013:BZ6507
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 april 2011. De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, en uitgesproken op 9 april 2013.
Er zijn geen inhoudelijke rechtsvragen behandeld en het arrest bevestigt de beslissing van het gerechtshof zonder wijziging. De procedure en het vonnis zijn daarmee definitief en het cassatieberoep is afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.