ECLI:NL:HR:2013:BZ6506
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onbegrijpelijke motivering opzetheling
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor openlijke geweldpleging in vereniging en tevens veroordeeld voor opzetheling, waarbij het hof beide feiten als ernstig bestempelde en dit meenam in de strafoplegging. De verdachte was veroordeeld tot een geldboete van € 400,- subsidiair 8 dagen hechtenis.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft gemotiveerd waarom het feit van opzetheling werd meegewogen bij de strafoplegging, terwijl dit feit niet ten laste was gelegd en door de verdachte niet was erkend. Het hof had dit feit slechts mogen betrekken indien de verdachte dit had erkend, wat niet het geval was.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof geen verband heeft gemotiveerd tussen de opzetheling en de bewezenverklaarde openlijke geweldpleging, waardoor de motivering van de strafoplegging onvoldoende is. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van de straf.
Het beroep van de verdachte wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 9 april 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onbegrijpelijke motivering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.