ECLI:NL:HR:2013:BZ5674
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling
In deze zaak betrof het een verzoek tot cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake de tussentijdse beëindiging van een schuldsaneringsregeling zonder schone lei, op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c en e van de Faillissementswet.
De verzoeker, woonachtig te een woonplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof. De Procureur-Generaal stelde zich op het standpunt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Rechtsvordering.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad, gehoord de Procureur-Generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en de raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 3 mei 2013.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.