ECLI:NL:HR:2013:BZ4478
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering werkstraf wegens verzuim aftrek voorarrest en overschrijding redelijke termijn
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Het hof had verzuimd de wettelijk voorgeschreven aftrek van voorarrest toe te passen zoals bedoeld in art. 27 Sr Pro, hetgeen een onmiddellijk kenbare fout is die eenvoudig door de rechter kan worden hersteld.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat in de cassatiefase de redelijke termijn was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden, wat een grond is voor vermindering van de opgelegde straf. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor wat betreft het aantal uren werkstraf en de duur van de vervangende hechtenis.
De straf werd verminderd tot 114 uren werkstraf, subsidiair 57 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak bevestigt dat het verzuim toepassing te geven aan de aftrek voorarrest niet langer een reden is voor cassatie na invoering van art. 80a RO, maar eenvoudig door de rechter kan worden hersteld. Ook benadrukt de Hoge Raad het belang van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Uitkomst: De werkstraf wordt verminderd tot 114 uren, subsidiair 57 dagen hechtenis wegens verzuim aftrek voorarrest en overschrijding redelijke termijn.