ECLI:NL:HR:2013:BZ4477
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring seksueel binnendringen minderjarige
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het plegen van seksueel binnendringen bij een meisje van 14 jaar, jonger dan 16, in de periode juni-juli 2006. Het hof Arnhem baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en ondersteunend bewijsmateriaal zoals e-mails en deskundigenrapporten.
De verdediging voerde onder meer aan dat de politie de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik niet had nageleefd, met name dat het slachtoffer geen bedenktijd had gekregen en dat een vertrouwenspersoon ten onrechte als getuige was gehoord. Het hof oordeelde dat deze stellingen onderdeel waren van het verweer tegen de betrouwbaarheid van de verklaringen en wees deze gemotiveerd af.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld over de betrouwbaarheid van de verklaringen en dat het niet verplicht was om nader in te gaan op de niet-naleving van de Aanwijzing, omdat geen afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en slachtoffer was vastgesteld. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor seksueel binnendringen bij een minderjarige.