ECLI:NL:HR:2013:BZ4181
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik voor renovatie
In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst voor woonruimte centraal, waarbij Noord-Invest B.V. de huurovereenkomst wilde beëindigen wegens dringend eigen gebruik in verband met renovatiewerkzaamheden. De kantonrechter en het gerechtshof hadden reeds uitspraak gedaan waarbij de huurovereenkomst werd beëindigd.
De eisers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, terwijl Noord-Invest voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad heeft de middelen van het principale beroep onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren onvoldoende om rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling te beantwoorden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bepaalde een nieuwe datum voor het einde van de huurovereenkomst, te weten 16 augustus 2013. Tevens werd bepaald dat de eisers uiterlijk op die datum het gehuurde ontruimd en ter beschikking van Noord-Invest moesten stellen, met machtiging voor Noord-Invest om zonodig ontruiming met behulp van de sterke arm te effectueren.
De kosten van het cassatiegeding werden aan de zijde van Noord-Invest vastgesteld op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris, welke door de eisers werden veroordeeld te betalen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 16 augustus 2013 met ontruiming door de huurder.