ECLI:NL:HR:2013:BZ4098

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 april 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/05558
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1 lid 2 BMWArt. 2 lid 1 BVIEArt. 3 lid 1 MerkenrichtlijnArt. 1019h Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over vormmerk spijkerbroek Elwood in merkenrechtelijke procedure

In deze zaak stond het vormmerk van de spijkerbroek Elwood centraal, waarbij G-Star International B.V. en Benetton Group Spa tegenover elkaar stonden in een merkenrechtelijk geschil. Het betrof een cassatieprocedure waarin het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 september 2011 werd bestreden.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 3 april 2009, en relevante wetsartikelen zoals art. 1 lid 2 BMW Pro en art. 3 lid 1 Merkenrichtlijn Pro. Beide partijen hebben hun cassatieberoepen ingediend, waarbij G-Star het principale beroep voerde en Benetton het incidentele beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was. Tevens werd vastgesteld dat geen volledige vergoeding van de proceskosten werd gevorderd, waardoor deze op de gebruikelijke wijze werden begroot.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad zowel het principale als het incidentele beroep en veroordeelde beide partijen in de proceskosten. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de merkbescherming van het vormmerk Elwood in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het arrest van het gerechtshof en wijst de cassatieberoepen van beide partijen af.

Uitspraak

26 april 2013
Eerste Kamer
11/05558
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
G-STAR INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. G. van der Wal,
t e g e n
de vennootschap naar vreemd recht BENETTON GROUP SPA,
gevestigd te Ponzano, Italië,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als G-Star en Benetton.
1. Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak C05/071HR, LJN BH1225, NJ 2010/41 van de Hoge Raad van 3 april 2009;
b. het arrest in de zaak 200.032.181/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 september 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het derde geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft G-Star beroep in cassatie ingesteld. Benetton heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord in het principale beroep tevens houdende incidenteel beroep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Benetton mede door mr. S.M. Bartman, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewonde dienst D.W.F. Verkade strekt in zowel het principale als in het incidentele beroep tot verwerping.
De advocaat van Benetton heeft bij brief van 21 maart 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3.1 De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2 Nu geen van partijen op de voet van art. 1019h Rv vergoeding heeft gevorderd van de volledige kosten van de onderhavige cassatieprocedure, zullen deze kosten op de gebruikelijke wijze worden begroot.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt G-Star in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Benetton begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Benetton in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van G-Star begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 26 april 2013.