ECLI:NL:HR:2013:BZ3666

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/02551
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 843a Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot partneralimentatie en vaststelling behoefte bij beëindiging huwelijk

De zaak betreft een verzoek tot partneralimentatie waarbij de behoefte van de verzoekster wordt vastgesteld mede op basis van de welstand van partijen tijdens het huwelijk. De vrouw heeft in cassatie beroep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof die aan deze beschikking zijn gehecht.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de vrouw heeft gereageerd. De Hoge Raad beoordeelt de aangevoerde middelen en oordeelt dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het oordeel van het gerechtshof. De beschikking is gegeven door de raadsheren Streefkerk, de Groot en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 5 april 2013.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het gerechtshof.

Uitspraak

5 april 2013
Eerste Kamer
12/02551
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 367837/FA RK 10-4346 van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 mei 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.092.117/01 en 200.092.119/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 februari 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 8 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.