ECLI:NL:HR:2013:BZ3590
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis wegens niet-naleving hoorplicht
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige machtiging voor opname en verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De rechtbank Haarlem behandelde het verzoek op 10 september 2012 zonder dat betrokkene aanwezig was. De rechtbank stelde vast dat betrokkene niet was gehoord omdat hij de deur niet opende of niet aanwezig was.
Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank in strijd met artikel 8 Wet Pro Bopz had gehandeld door hem niet te horen zonder vast te stellen dat hij niet bereid was zich te laten horen, en dat hij niet naar behoren was opgeroepen voor de mondelinge behandeling. De Hoge Raad overwoog dat het enkele feit dat betrokkene de deur niet opende of niet thuis was, niet zonder meer kan worden opgevat als onwil om gehoord te worden, zeker niet zonder nadere vaststellingen over oproeping en bekendheid met het bezoek.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak naar de rechtbank Noord-Holland voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten behoefden geen behandeling. Hiermee wordt het belang van de hoorplicht en zorgvuldige procedure bij gedwongen opname onderstreept.
Uitkomst: De beschikking tot voorlopige machtiging wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nieuwe behandeling.