ECLI:NL:HR:2013:BZ2922
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgregeling minderjarige tussen gezamenlijk gezag belaste ouders
In deze zaak stond de vaststelling van een zorgregeling voor een minderjarige centraal, waarbij de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. De vrouw, woonachtig in Nederland, stelde cassatieberoep in tegen de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 22 mei 2012, die was aangevuld bij beschikking van 7 augustus 2012. De man, woonachtig in Duitsland, verzocht het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere beschikkingen van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam voor het geding in feitelijke instanties. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de vrouw reageerde.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door raadsheren Streefkerk, Snijders, Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 17 mei 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof Amsterdam blijft in stand.