ECLI:NL:HR:2013:BZ2218
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Cassatie over vormverzuimen en strafvermindering bij medeplegen inbraak sportkantine
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van een inbraak in een sportkantine. Het hof legde een gevangenisstraf op van vijftien weken, rekening houdend met vormverzuimen en reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis.
Het cassatiemiddel stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd in hoeverre elk van de geconstateerde vormverzuimen tot strafvermindering had geleid. De Hoge Raad oordeelde dat deze opvatting geen steun vindt in het recht en dat het hof niet verplicht is om per vormverzuim de strafvermindering te specificeren.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De strafoplegging werd als passend beoordeeld gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder het is begaan, waaronder de schade aan de voetbalclub en de onherstelbare vormverzuimen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde een gevangenisstraf van vijftien weken wegens medeplegen van inbraak met strafvermindering vanwege vormverzuimen.