Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:BZ2218

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/04807
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359a SvArt. 63 SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over vormverzuimen en strafvermindering bij medeplegen inbraak sportkantine

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van een inbraak in een sportkantine. Het hof legde een gevangenisstraf op van vijftien weken, rekening houdend met vormverzuimen en reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis.

Het cassatiemiddel stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd in hoeverre elk van de geconstateerde vormverzuimen tot strafvermindering had geleid. De Hoge Raad oordeelde dat deze opvatting geen steun vindt in het recht en dat het hof niet verplicht is om per vormverzuim de strafvermindering te specificeren.

De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De strafoplegging werd als passend beoordeeld gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder het is begaan, waaronder de schade aan de voetbalclub en de onherstelbare vormverzuimen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde een gevangenisstraf van vijftien weken wegens medeplegen van inbraak met strafvermindering vanwege vormverzuimen.

Uitspraak

26 maart 2013
Strafkamer
nr. S 11/04807
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 14 oktober 2011, nummer 21/001622-11, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het tweede middel
2.1. Het middel klaagt onder meer dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd in welke mate elk van de geconstateerde vormverzuimen heeft geleid tot strafvermindering.
2.2. Onder het kopje "Oplegging van straf en/of maatregel" houdt de bestreden uitspraak het volgende in:
"De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijk vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - de volgende omstandigheden.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een inbraak in een sportkantine. Door de verdachte en zijn mededader(s) is veel schade aangericht in de sportkantine, waarna een groot geldbedrag en een afroomkluis zijn weggenomen. Met zijn handelen heeft de verdachte overlast en schade veroorzaakt aan de voetbalclub.
(...)
Vanwege het geconstateerde onherstelbare vormverzuim betreffende het onrechtmatig binnentreden in de hotelkamer waar de verdachte verbleef en mede in aanmerking genomen dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, zal het hof in plaats van de - zeventien weken - de naar weken omgerekende straf van vier maanden - gevangenisstraf, vijftien weken gevangenisstraf opleggen, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht."
2.3. Het middel steunt op de opvatting dat indien sprake is van een aantal door de rechter geconstateerde vormverzuimen, hij dient aan te geven in hoeverre elk van die vormverzuimen tot strafvermindering heeft geleid. Die opvatting vindt geen steun in het recht, zodat het middel in zoverre faalt.
3. Beoordelingen van de middelen voor het overige
De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 26 maart 2013.