ECLI:NL:HR:2013:BZ1543
Hoge Raad
- Cassatie
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding redelijke termijn in cassatiefase en verwerping beroep
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de strafoplegging en vermindering van de straf, maar verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad beoordeelde de middelen en oordeelde dat het eerste en tweede middel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was. Het derde middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie vanwege te late inzending van stukken door het hof.
De Hoge Raad stelde vast dat de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep was afgedaan, waardoor de overschrijding van de inzendtermijn voldoende was gecompenseerd. Daarom was er geen sprake van een schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
Het beroep werd uiteindelijk verworpen en het arrest werd uitgesproken door de raadsheren De Savornin Lohman, Groos en Jörg op 19 februari 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens voldoende compensatie van de overschrijding van de inzendtermijn.