ECLI:NL:HR:2013:BZ1483

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 april 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/01229
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in zaak over opzegging verzekeringsovereenkomst en premiebetaling

In deze zaak stond een geschil centraal over de opzegging van een verzekeringsovereenkomst en de daarmee samenhangende premiebetaling tussen Cetron B.V. en ABN AMRO Bank N.V. Cetron had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat eerder de vorderingen van Cetron had afgewezen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Cetron verworpen. De klachten die Cetron in cassatie aanvoerde, konden niet leiden tot een cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het niet nodig was om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet leidden tot rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De procedure kenmerkte zich door het ontbreken van een verschijning van ABN AMRO in cassatie, tegen wie verstek was verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd. Cetron werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van ABN AMRO op nihil werden begroot.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Streefkerk, de Groot en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 26 april 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Cetron wordt verworpen en Cetron wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

26 april 2013
Eerste Kamer
12/01229
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
CETRON B.V.,
gevestigd te Schijndel,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Cetron en ABN AMRO.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 339119/HA ZA 06-926 van de rechtbank Amsterdam van 5 december 2007, 2 april 2008 en 24 februari 2010;
b. het arrest in de zaak 200.067.329/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 4 oktober 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Cetron beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen ABN AMRO is verstek verleend.
De zaak is voor Cetron toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van Cetron heeft bij brief van 20 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Cetron in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 26 april 2013.