ECLI:NL:HR:2013:BZ1062
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verval van aanhangigheid wegens niet tijdige inschrijving van zaak
In deze zaak stond centraal de vraag of het beroep in cassatie ontvankelijk was, nu de zaak niet tijdig was ingeschreven. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Utrecht en het arrest van het gerechtshof Arnhem, waarop het cassatieberoep betrekking heeft.
De eiseres, woonachtig te een woonplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof, terwijl de verweerders, ELQ Portefeuille 1 B.V. en ELQ Hypotheken N.V., niet verschenen waren en verstek was verleend.
De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het cassatieberoep op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelt de eiseres in de kosten van het cassatiegeding, maar stelt deze kosten nihil aan de zijde van de verweerders. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 19 april 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens verval van aanhangigheid door niet tijdige inschrijving van de zaak.