ECLI:NL:HR:2013:BZ0245
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot benoeming bijzondere curator in familierecht afgewezen door Hoge Raad
In deze zaak stond het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW Pro centraal. De dochter, woonachtig te een woonplaats, had tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage beroep in cassatie ingesteld. De beschikking van het hof volgde op eerdere kinderrechterlijke besluiten te Rotterdam.
De moeder en de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, beide woonachtig respectievelijk gevestigd te een woonplaats en Diemen, waren verweerders in cassatie maar hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Streefkerk, Loth en Polak, waarbij Loth de uitspraak in het openbaar deed op 1 februari 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de dochter wordt verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd.