ECLI:NL:HR:2013:BY9719
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- J. Wortel
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijspraak voor bezit niet-realistische virtuele kinderpornografie
In deze strafzaak stond de vraag centraal of virtuele kinderpornografische afbeeldingen die niet realistisch zijn en duidelijk gemanipuleerd, strafbaar zijn onder artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (oud). De verdachte werd door het hof vrijgesproken van het bezit van dergelijke afbeeldingen omdat deze niet voldeden aan het bestanddeel 'schijnbaar betrokken' zijn van een minderjarige, zoals bedoeld in de wet.
Het Openbaar Ministerie stelde in cassatie dat de wetgever met de toevoeging van het bestanddeel 'schijnbaar is betrokken' ook niet-evident levensechte virtuele afbeeldingen wilde strafbaar stellen, behalve creatieve en kunstzinnige uitingen. Het hof oordeelde echter dat de wetgever slechts realistische afbeeldingen, die niet van echt te onderscheiden zijn, wilde omvatten en dat niet-realistische, duidelijk gemanipuleerde afbeeldingen buiten de reikwijdte van artikel 240b Sr vallen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en wees het cassatieberoep af. De internationale regelgeving, waaronder het Facultatief Protocol bij het IVRK, leidt niet tot een andere interpretatie. De strafbaarstelling van virtuele kinderpornografie is beperkt tot realistische afbeeldingen die voor echt kunnen doorgaan, niet tot niet-realistische digitale tekeningen of animaties. De verdachte blijft daarom vrijgesproken van het bezit van de virtuele afbeeldingen zoals ten laste gelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak omdat de virtuele afbeeldingen niet realistisch zijn en niet onder artikel 240b Sr vallen.