ECLI:NL:HR:2013:BY9714
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 december 2010. De verdachte heeft echter niet binnen de bij de wet gestelde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat de formele vereiste voor het indienen van middelen van cassatie niet is nageleefd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 5 februari 2013. Hiermee is het cassatieberoep van de verdachte afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.