ECLI:NL:HR:2013:BY9684

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05091
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:171 BWArt. 1:88 BWArt. 3:190 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in geschil over gemeenschap van nalatenschap en geldleningsovereenkomst

In deze zaak stond een geschil centraal over de gemeenschap van een nalatenschap en de vordering op grond van artikel 3:171 BW Pro, in samenhang met een overeenkomst van geldlening. De zaak werd behandeld door de rechtbank Dordrecht en het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarvan de vonnissen en het arrest aan het cassatiearrest zijn gehecht.

Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof, waarbij verweerders zich verzetten tegen het beroep. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

De Hoge Raad motiveerde de afwijzing door te verwijzen naar artikel 81 lid 1 RO Pro, omdat de aangevoerde klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarmee werd het beroep zonder nadere inhoudelijke beoordeling afgewezen.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Streefkerk, de Groot en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth op 12 april 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

12 april 2013
Eerste Kamer
11/05091
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verweerster 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [Verweerder 7],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 78676 / HA ZA 08-2773 van de rechtbank Dordrecht van 25 februari 2009 en 19 augustus 2009;
b. het arrest in de zaak 200.050.072 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 november 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 8 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 april 2013.