ECLI:NL:HR:2013:BY9011
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem. De verdachte heeft echter niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie ingediend, zoals vereist op grond van art. 437, tweede lid, Sv.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en oordeelt dat het niet naleven van het termijnvoorschrift betekent dat de verdachte niet kan worden ontvangen in het beroep.
De Hoge Raad verklaart daarom de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 29 januari 2013.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.