ECLI:NL:HR:2013:BY8985
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij drugszaken
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank Breda uit 2007, waarin de aanvrager was veroordeeld voor medeplegen en opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De aanvraag tot herziening berustte op het feit dat sprake was van een persoonsverwisseling, een nieuw gegeven dat tijdens het oorspronkelijke proces niet bekend was.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond moest worden verklaard. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het ernstige vermoeden bestond dat de aanvrager, indien dit gegeven bekend was geweest, vrijgesproken zou zijn. Dit vormt een grond voor herziening op grond van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad beveelt daarom de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en afdoening. Dit arrest is gewezen door de vice-president van Dorst als voorzitter, met raadsheren Balkema en Ilsink.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.