ECLI:NL:HR:2013:BY8733
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling lidmaatschapsbijdrage VvE en ontstaansvereisten rechtspersoonlijkheid
In deze zaak vordert de Vereniging van Eigenaars (VvE) betaling van kwartaalbijdragen van eiser, eigenaar van een appartementsrecht. Eiser voert primair aan dat de VvE geen bestaande rechtspersoon is omdat de splitsingsakte uit 1957 niet tevens de oprichtingsakte en statuten van de VvE bevatte.
De kantonrechter en het hof verwierpen dit verweer, stellende dat de VvE per 1 mei 2005 van rechtswege is ontstaan op grond van artikel 5:124 BW Pro en de overgangsregeling. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof ten onrechte niet heeft vastgesteld dat de splitsingsakte ook de oprichtingsakte en statuten bevatte, wat vereist is voor het ontstaan van de VvE als rechtspersoon volgens de wetgeving van vóór 2005.
De Hoge Raad benadrukt dat de wet van 19 februari 2005 die per 1 mei 2005 in werking trad, weliswaar een vereniging van eigenaars van rechtswege doet ontstaan bij splitsing, maar dit geldt niet retroactief voor splitsingen waarbij de akte niet tevens de oprichting en statuten bevatte. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en het vonnis en wijst de vordering van de VvE af. Tevens wordt de VvE veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering van de VvE tot betaling van lidmaatschapsbijdragen af wegens het ontbreken van een rechtspersoonlijkheid van de VvE op grond van de splitsingsakte uit 1957.