ECLI:NL:HR:2013:BY8365
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- N. Jörg
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onttrekking aan boedel bij faillissement ondanks niet-juiste leveringsdatum
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het onttrekken van goederen aan de boedel van een failliete vennootschap ook kan worden bewezen door een feitelijke onttrekking zonder dat sprake is van een rechtmatige levering volgens het Burgerlijk Wetboek. De verdachte werd ervan verdacht samen met medeverdachten goederen van de failliete vennootschap buiten het bereik van de curator te houden door een antedaterende koopovereenkomst op te stellen en te gebruiken.
Het hof stelde vast dat de koopovereenkomst tussen de failliete vennootschap en een derde partij was opgesteld met een onjuiste datum, waardoor de overdracht feitelijk pas na faillissement plaatsvond. Desondanks werd de overdracht in de jaarstukken van 2003 verwerkt, waardoor de goederen feitelijk buiten het bereik van de curator werden gehouden.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip onttrekking in art. 341.a.1° Sr niet vereist dat de goederen rechtens zijn geleverd aan een ander, maar dat een feitelijke onttrekking voldoende is. De verdediging stelde een onjuiste interpretatie van dit begrip aan de orde, maar dit werd door de Hoge Raad verworpen. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.