ECLI:NL:HR:2013:BY8091
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over BPM-heffing bij verhuisde auto met grensoverschrijdend gebruik
De zaak betreft een geschil over de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) die is opgelegd aan belanghebbende, die vanuit een andere lidstaat naar Nederland is verhuisd en haar auto heeft meegebracht. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in een prejudiciële uitspraak geoordeeld dat artikel 39 EG Pro zich niet verzet tegen BPM-heffing in dergelijke situaties, ook als de auto wordt gebruikt voor woon-werkverkeer naar een andere lidstaat.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën deels gegrond verklaard door de naheffingsaanslag BPM te vernietigen en de zaak terug te verwijzen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. De boetebeschikking blijft in stand omdat het Hof terecht oordeelde dat er geen sprake was van opzet of grove schuld van belanghebbende.
De Hoge Raad benadrukt dat het oordeel van het Hof over de toepassing van artikel 18 EG Pro (thans artikel 21 VWEU Pro) niet standhoudt gezien de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie. Daarnaast moet het Gerechtshof de door het Hof onbehandelde grief van de Inspecteur over de juiste toepassing van de vermindering op grond van artikel 10, lid 1, van de Wet BPM nader beoordelen.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt hiermee de noodzaak van een zorgvuldige toetsing van BPM-heffing bij grensoverschrijdend gebruik van een auto die bij verhuizing is meegebracht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling; de boetebeschikking blijft in stand.