ECLI:NL:HR:2013:BY7852
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie bij kennelijk onredelijk ontslag
In deze zaak stond het geschil over kennelijk onredelijk ontslag centraal, waarbij eiser in cassatie ging tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam. De feiten en eerdere vonnissen van de kantonrechter vormden de basis van het geding in de feitelijke instanties. Het hof had het ontslag beoordeeld en het beroep van eiser verworpen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen zonder inhoudelijke motivering, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het beroep.
De Hoge Raad veroordeelde eiser tot betaling van de proceskosten en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Dit arrest werd op 1 maart 2013 gewezen door de raadsheren Streefkerk, Snijders en Polak en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Loth.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.