Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:BY7841

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00122
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 RvArt. 426a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad beveelt voortzetting verzoekschriftprocedure bij cassatie in echtscheidingszaak met nevenvoorzieningen

In deze zaak heeft de vrouw bij de rechtbank een verzoek tot echtscheiding ingediend met nevenvoorzieningen. De man heeft een aantal zelfstandige verzoeken ingediend, waaronder een verzoek tot afwikkeling van het periodiek verrekenbeding, dat volgens hem resulteert in een vordering op de vrouw.

De vrouw is in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van de rechtbank waarin het zelfstandig verzoek van de man werd toegewezen. Het hof heeft vervolgens uitspraak gedaan. Omdat de vrouw in cassatie wilde gaan, had zij dit moeten doen via een verzoekschriftprocedure conform artikel 426a Rv, maar zij heeft dit niet gedaan.

De Hoge Raad oordeelt dat de cassatieprocedure moet worden voortgezet volgens de regels van de verzoekschriftprocedure. Tevens beveelt de Hoge Raad dat de griffier afschriften van de dagvaardingsexploten, het arrest en het herstelexploot aan de man toezendt, zodat hij in de gelegenheid wordt gesteld een verweerschrift in te dienen.

De zaak betreft een procedure over echtscheiding en de afwikkeling van nevenvoorzieningen, waarbij de juiste procesvorm van belang is voor de verdere behandeling van het geschil.

Uitkomst: De Hoge Raad beveelt voortzetting van de procedure volgens de verzoekschriftregels en stelt de man in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Uitspraak

29 maart 2013
Eerste Kamer
12/00122
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 152963 FA RK 05-4609 van de rechtbank Breda van 23 januari 2007, 13 november 2007, 24 februari 2009, 28 april 2009, 3 juli 2009 en 16 maart 2010;
b. de beschikkingen in de zaak HV 200.065.556 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 22 maart 2011 en 27 september 2011.
De beschikkingen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 27 september 2011 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen de man is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt ertoe dat de Hoge Raad:
- beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure, en
- bepaalt dat de griffier afschriften van de dagvaardingsexploten en van het door de Hoge Raad gewezen arrest toezendt aan de man.
3. Beoordeling van de wijze waarop de procedure in cassatie is ingeleid
De vrouw heeft bij inleidend verzoekschrift de rechtbank verzocht echtscheiding uit te spreken en tevens een aantal nevenvoorzieningen te treffen. De man heeft bij verweerschrift de verzochte nevenvoorzieningen gedeeltelijk bestreden en van zijn kant een aantal zelfstandige verzoeken ingediend, waaronder een verzoek tot afwikkeling van het periodiek verrekenbeding, welke afwikkeling volgens de man resulteert in een vordering van hem op de vrouw.
Nu de vrouw bij verzoekschrift in hoger beroep is gegaan van de beschikking van de rechtbank, waarin voormeld zelfstandig verzoek van de man is toegewezen, en het hof bij beschikking uitspraak heeft gedaan, had de vrouw, ingevolge art. 426a Rv, het beroep in cassatie bij verzoekschrift dienen in te stellen.
De Hoge Raad zal als volgt beslissen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure;
bepaalt dat de griffier afschriften van de cassatiedagvaarding en het herstelexploot alsmede van dit arrest toezendt aan de man, en hem in de gelegenheid stelt een verweerschrift in te dienen.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 29 maart 2013.