ECLI:NL:HR:2013:BY7841
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beveelt voortzetting verzoekschriftprocedure bij cassatie in echtscheidingszaak met nevenvoorzieningen
In deze zaak heeft de vrouw bij de rechtbank een verzoek tot echtscheiding ingediend met nevenvoorzieningen. De man heeft een aantal zelfstandige verzoeken ingediend, waaronder een verzoek tot afwikkeling van het periodiek verrekenbeding, dat volgens hem resulteert in een vordering op de vrouw.
De vrouw is in hoger beroep gegaan tegen een beschikking van de rechtbank waarin het zelfstandig verzoek van de man werd toegewezen. Het hof heeft vervolgens uitspraak gedaan. Omdat de vrouw in cassatie wilde gaan, had zij dit moeten doen via een verzoekschriftprocedure conform artikel 426a Rv, maar zij heeft dit niet gedaan.
De Hoge Raad oordeelt dat de cassatieprocedure moet worden voortgezet volgens de regels van de verzoekschriftprocedure. Tevens beveelt de Hoge Raad dat de griffier afschriften van de dagvaardingsexploten, het arrest en het herstelexploot aan de man toezendt, zodat hij in de gelegenheid wordt gesteld een verweerschrift in te dienen.
De zaak betreft een procedure over echtscheiding en de afwikkeling van nevenvoorzieningen, waarbij de juiste procesvorm van belang is voor de verdere behandeling van het geschil.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt voortzetting van de procedure volgens de verzoekschriftregels en stelt de man in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.