ECLI:NL:HR:2013:BY6686

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00485
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:272 BWArt. 7:274 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging en ontruiming van huur woonruimte volgens art. 7:272 en 7:274 BW

In deze zaak stond de beëindiging en ontruiming van een huurwoning centraal, waarbij eiser c.s. in cassatie ging tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De procedure betrof de toepassing van bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, met name art. 7:272 en Pro 7:274 BW, die de huurovereenkomst en ontruiming regelen.

De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken van de kantonrechter en het gerechtshof en stelde vast dat de klachten van eiser c.s. niet tot cassatie konden leiden. Gezien art. 81 lid 1 RO Pro was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Advocaat-Generaal had eveneens geadviseerd het beroep te verwerpen en de Hoge Raad volgde dit advies. De veroordeling in de kosten van het geding werd vastgesteld, waarbij de kosten aan de zijde van Maasvallei nihil werden begroot.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Loth en Polak en in het openbaar uitgesproken door Loth op 22 februari 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser c.s. wordt verworpen en de ontruiming van de huurwoning bevestigd.

Uitspraak

22 februari 2013
Eerste Kamer
12/00485
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
De stichting WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT,
gevestigd te Maastricht,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Maasvallei.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 364678 CV EXPL 10-349 van de kantonrechter te Maastricht van 18 augustus 2010;
b. het arrest in de zaak HD 200.075.278 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 30 augustus 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Maasvallei is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping, waarbij toepassing van art. 81 RO Pro in overweging wordt gegeven.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Maasvallei begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 22 februari 2013.