ECLI:NL:HR:2013:BY5606
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2010. Het beroep is ingesteld door verdachte en behandeld door de Hoge Raad in januari 2013. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen, waarop de raadsman van verdachte schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden doordat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg daarvan vermindert de Hoge Raad ambtshalve de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf met twaalf maanden. De rest van het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 15 januari 2013.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met elf maanden en een week wegens overschrijding van de redelijke termijn.