ECLI:NL:HR:2013:BY5446
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewijs ter bedrieglijke verkorting schuldeisers
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor het niet voldoen aan administratieverplichtingen en het onttrekken van goederen aan failliete rechtspersonen, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers. De bewezenverklaring omvatte meerdere faillissementen van stichtingen en commanditaire vennootschappen waarbij verdachte feitelijke leiding had en waarbij administraties ontbraken of onvolledig waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte het opzet had op de verkorting van de rechten van schuldeisers, terwijl voorwaardelijk opzet vereist is. Het hof heeft niet voldaan aan de eis van art. 359 lid 2 Sv Pro om de motieven van het oordeel te geven, waardoor de bewezenverklaring niet naar de eis der wet is omkleed.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring en strafoplegging van het onder 3 tenlastegelegde en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. De uitspraak is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd voor het onderdeel ter bedrieglijke verkorting van schuldeisers en terugverwezen voor hernieuwde berechting.