ECLI:NL:HR:2013:BY5058
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over schuldbekentenis namens derde in onderhandse akte
In deze zaak staat centraal of een schuldbekentenis, ondertekend door eiser in privé, ook namens een derde, te weten [A] B.V., is gedaan. De schuldbekentenis betrof een bedrag van €135.000, gerelateerd aan nabetalingen aan het UWV en de Belastingdienst.
De rechtbank en het hof hadden de vordering van Zorgbureau toegewezen, waarbij het hof oordeelde dat eiser bij het doen van de schuldbekentenis voor zichzelf handelde, omdat onvoldoende aanwijzingen waren dat hij namens [A] B.V. handelde. Eiser voerde aan dat de schuldbekentenis verband hield met de verkoop van een kapsalon door [A] B.V. aan Zorgbureau en dat betalingen op zijn privé-rekening waren gedaan omdat de bankrekening van [A] B.V. was opgeheven.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat Zorgbureau niet wist of behoorde te begrijpen dat eiser namens [A] B.V. handelde. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Zorgbureau in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.