ECLI:NL:HR:2013:BY3235

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05213
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:15 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof inzake nakoming koopovereenkomst en dwaling

In deze zaak staat de nakoming van een koopovereenkomst centraal, waarbij AOC als eiseres in cassatie het arrest van het gerechtshof Leeuwarden aanvecht. Het geschil betreft onder meer de vraag of sprake is van dwaling en de mededelings- en onderzoeksplicht volgens artikel 7:15 BW Pro.

De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de rechtbank Groningen en het arrest van het hof Leeuwarden, welke aan het arrest zijn gehecht. Na bestudering van de cassatiemiddelen oordeelt de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad wijst het beroep van AOC af en veroordeelt haar in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het oordeel van het hof Leeuwarden ongewijzigd, waarmee de nakoming van de koopovereenkomst en de toepassing van dwaling en onderzoeksplicht bevestigd worden.

Uitkomst: Het cassatieberoep van AOC wordt verworpen en het arrest van het hof Leeuwarden bevestigd.

Uitspraak

25 januari 2013
Eerste Kamer
11/05213
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ARAMCO OVERSEAS COMPANY B.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. L.B. de Graaf,
t e g e n
HANSELAND B.V.,
gevestigd te Paterswolde,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als AOC en Hanseland.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 110055/HA ZA 09-433 van de rechtbank Groningen van 21 juli 2010;
b. het arrest in de zaak 200.072.437/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 16 augustus 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft AOC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Hanseland heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor AOC toegelicht door haar advocaat en mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad. Voor Hanseland is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van AOC heeft bij brief van 23 november 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt AOC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hanseland begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 januari 2013.