ECLI:NL:HR:2013:BY2581
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste toepassing stelplicht en devolutieve werking appel
In deze zaak stond centraal de beoordeling van vorderingen voortvloeiend uit vaststellingsovereenkomsten tussen eiser en verweerder, waarbij eiser betaling verschuldigd zou zijn voor ter beschikking gestelde machines en werktuigen. Het hof had de vordering van verweerder begroot en eiser veroordeeld tot betaling, waarbij het hof van eiser verlangde dat hij al zijn stellingen en weren in een nog te nemen memorie zou vermelden, en eerdere processtukken niet in zijn oordeel betrok.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist heeft geoordeeld door eiser te verplichten zijn stellingen aan te vullen ten opzichte van eerdere verweren van verweerder die niet in de memorie waren herhaald. Dit miskent de grondslag van de vordering en het verweer zoals bedoeld in art. 24 Rv Pro en de devolutieve werking van appel. Het hof mocht niet het verweer van eiser als onvoldoende onderbouwd passeren op basis van het niet aanvullen van stellingen in het licht van eerdere verweren van verweerder.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad verweerder in de kosten van het cassatiegeding. De overige klachten werden verworpen wegens gebrek aan belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onjuiste toepassing stelplicht en devolutieve werking appel en verwijst zaak terug.