ECLI:NL:HR:2013:BY0612
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Verkoopkosten van gevoegde dochtermaatschappij niet aftrekbaar in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een moedermaatschappij die samen met haar dochtervennootschap een fiscale eenheid vormde, bracht verkoopkosten in aftrek die verband hielden met de verkoop van de dochtermaatschappij. De Inspecteur wees deze aftrek af op grond van artikel 13, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat het niet de bedoeling van de wetgever kon zijn om verkoopkosten van een in een fiscale eenheid gevoegde dochtermaatschappij aftrekbaar te stellen, omdat aankoop- en verkoopkosten van een deelneming gelijk behandeld moeten worden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat de verkoopkosten, hoewel gemaakt tijdens het bestaan van de fiscale eenheid, hun karakter van kosten ter zake van vervreemding behouden.
De Hoge Raad concludeerde dat de verkoopkosten niet aftrekbaar zijn omdat de fiscale eenheid wordt verbroken bij de verkoop van de dochtermaatschappij en de vervreemding wordt geacht plaats te vinden na ontvoeging. De klachten van belanghebbende faalden en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat verkoopkosten van een gevoegde dochtermaatschappij niet aftrekbaar zijn.