ECLI:NL:HR:2013:BX6640
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen nieuwbouw bij verbouwing en splitsing onroerende zaak voor omzetbelasting
Belanghebbende verkreeg een derde van de eigendom van een zeventiende-eeuws pand waarin een winkel en woningen waren gevestigd. In 2002 werd het pand ingrijpend verbouwd, waarbij drie woonappartementen en drie winkeleenheden ontstonden, het dak werd vernieuwd en verhoogd, en diverse kozijnen en puien werden vervangen. Na afronding werd het pand in 2004 kadastraal gesplitst in zes appartementsrechten.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, stellende dat door de verbouwing een nieuwe onroerende zaak was vervaardigd, waardoor levering belast was. Zowel de Rechtbank Haarlem als het Hof Amsterdam verklaarden het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigden de aanslag. Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden een restauratie betroffen en geen nieuwbouw, ondanks de functiewijziging en splitsing.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, stellende dat sprake was van renovatie en feitelijk nieuwbouw. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de werkzaamheden niet leidden tot vervaardiging van een nieuwe onroerende zaak, waarbij de functiewijziging en splitsing niet doorslaggevend zijn. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard; de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd.