ECLI:NL:HR:2013:BX3619

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2013
Publicatiedatum
27 juni 2013
Zaaknummer
10/03925 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 472 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij diefstalzaak met vrijspraak als gevolg

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Amsterdam uit 2008, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen tot een gevangenisstraf van twee weken.

De aanvraag tot herziening berust op het feit dat sprake is geweest van persoonsverwisseling, waarbij de aanvrager ten tijde van het misdrijf niet op Nederlands grondgebied aanwezig was. Dit gegeven was bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend en wordt ondersteund door de aanvullende conclusie van de Advocaat-Generaal.

De Hoge Raad oordeelt dat dit nieuwe gegeven een ernstig vermoeden oplevert dat de Politierechter, indien hiermee bekend, de aanvrager zou hebben vrijgesproken. Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond en beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

21 mei 2013
Strafkamer
nr. S 10/03925 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Amsterdam van 15 september 2008, nummer 13/431142-08, ingediend door mr. R.J.M. Oerlemans, advocaat te 's-Hertogenbosch, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
2. De aanvraag tot herziening
2.1. De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat hij zich ten tijde van het gepleegde misdrijf niet op Nederlands grondgebied bevond en dat sprake is van een persoonsverwisseling.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren.
4. Beoordeling van de aanvraag
4.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2. Hetgeen door de Advocaat-Generaal in zijn aanvullende conclusie is vermeld, geeft steun aan de stelling waarop de aanvraag berust, te weten dat in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd sprake is geweest van een persoonsverwisseling.
4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze hiermee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat hier sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2013.