ECLI:NL:HR:2013:BQ3870

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
27 juni 2013
Zaaknummer
11/01112
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over ontslag op staande voet en loonvordering met matiging

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 14 juni 2013 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure betreffende een ontslag op staande voet en een loonvordering. Eiseres, vertegenwoordigd door haar advocaat, had beroep in cassatie ingesteld tegen eerdere arresten van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De zaak had zijn oorsprong in een arbeidsconflict, waarbij eiseres was ontslagen op staande voet. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de kantonrechter en de arresten van het hof, die aan deze uitspraak zijn gehecht. De advocaat-generaal L.A.D. Keus had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop de advocaat van eiseres reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in de middelen niet tot cassatie konden leiden, en dat een nadere motivering niet nodig was, aangezien de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiseres in de kosten van het geding in cassatie veroordeeld, die aan de zijde van De Brauw begroot zijn op nihil. De uitspraak is openbaar gedaan door raadsheer M.A. Loth.

Uitspraak

14 juni 2013
Eerste Kamer
11/01112
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. J.C. van Zundert,
t e g e n
DE BRAUW BLACKSTONE WESTBROEK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en De Brauw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 723277 CV EXPL 06-15663 van de kantonrechter te Rotterdam van 7 juli 2006 en 16 maart 2007;
b. de arresten in de zaak 105.006.639/01 (rolnummer oud: C07/00774) van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 juli 2007, 31 maart 2009 en 28 september 2010.
De arresten van 31 maart 2009 en 28 september 2010 van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 31 maart 2009 en 28 september 2010 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen De Brauw is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 19 april 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Brauw begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 14 juni 2013.